Wanneer is het eigenlijk genoeg?
Hard werken als tweede natuur
Veel zorgprofessionals die ik spreek, zijn gewend om hard te werken. Niet omdat iemand hen dat iedere dag vertelt, maar omdat het een manier van leven is geworden. Vaak zit die houding er al jaren in.
Misschien werd er thuis veel waarde gehecht aan verantwoordelijkheid nemen. Of was het vanzelfsprekend dat je doorzette wanneer iets moeilijk werd en kreeg je juist waardering wanneer je liet zien dat je sterk was, niet klaagde en je afspraken nakwam.
Dat zijn eigenschappen waar je ver mee kunt komen. Ze helpen je om betrouwbaar te zijn, betrokken te blijven en kwaliteit te leveren in je werk. Juist in de zorg zijn dat waardevolle kwaliteiten. Tegelijkertijd zie ik dat dezelfde eigenschappen soms ook een valkuil kunnen worden. Want wanneer hard werken een automatisme wordt, sta je niet meer stil bij de vraag of het op dat moment nog nodig is.
De invloed van je omgeving
Natuurlijk speelt de werkomgeving daarin ook een rol. In veel zorgteams is de werkdruk hoog en zijn er voortdurend situaties waarin een extra stap nodig lijkt. Een collega die uitvalt, een dienst die ingevuld moet worden of een cliënt die meer aandacht vraagt dan gepland.
Daarnaast kijken we ook naar elkaar. Wanneer collega’s regelmatig extra werken, kan het lastig voelen om zelf een grens aan te geven. Wanneer een leidinggevende vooral bezig is met wat er nog gedaan moet worden, ontstaat gemakkelijk het gevoel dat er altijd meer mogelijk is. En wanneer de cultuur binnen een team draait om betrokkenheid en flexibiliteit, kan rust nemen soms voelen alsof je niet voldoende bijdraagt.
Toch is het zelden alleen de omgeving die maakt dat iemand blijft doorgaan. Vaak sluit die omgeving naadloos aan op iets wat iemand zelf al meebrengt.
Altijd nog iets verbeteren
Wat mij regelmatig opvalt, is dat het harde werken niet stopt wanneer de werkdag voorbij is. Het verplaatst zich alleen naar een ander gebied.
Dan wordt er gewerkt aan een betere balans, met meer energie. Aan persoonlijke ontwikkeling, of een gezonder leven. Je werkt aan je ontspanning door te gaan sporten of andere hobby’s op te pakken waar je graag inzet toont.
Op zichzelf is daar natuurlijk niets mis mee. Persoonlijke groei kan veel opleveren. Maar soms zie ik dat mensen ook van hun herstel of ontwikkeling weer een project maken dat succesvol afgerond moet worden.
Alsof er steeds een volgende versie van jezelf bereikt moet worden.
Alsof er altijd nog iets ontbreekt.
Alsof tevreden zijn betekent dat je niet meer vooruit wilt.
Terwijl die gedachte juist veel onrust kan veroorzaken. Want als er altijd iets beter moet, komt er nooit een moment waarop je werkelijk kunt ervaren dat wat je doet voldoende is.
Wanneer wordt doorgaan een probleem?
Het lastige aan dit patroon is dat het vaak lang goed lijkt te gaan. Mensen krijgen complimenten over hun inzet. Collega’s waarderen dat ze meedenken. Leidinggevenden zien iemand die verantwoordelijkheid neemt. En zelf ervaar je misschien ook voldoening in het werk dat je doet.
Pas na verloop van tijd merk je de keerzijde.
Je bent moe, maar rust voelt ongemakkelijk. Je agenda is vol, maar een lege middag maakt je onrustig en als je iets hebt afgerond, denk je direct aan wat er nog moet gebeuren.
Als een collega je om hulp vraagt, denk je niet na over wat je zelf moet doen maar sta ja automatisch klaar om bij te springen.
Het gevoel van voldoening duurt steeds korter, terwijl de behoefte om door te gaan steeds sterker wordt.
Daardoor kan het lijken alsof de oplossing ligt in beter plannen, of slimmer werken of nog meer aan jezelf werken en die beste versie van jezelf laten zien. Terwijl de werkelijke vraag ergens anders ligt.
De vraag die weinig mensen zichzelf stellen
Misschien gaat het uiteindelijk niet over hard werken, maar wel over de vraag wanneer iets voor jou genoeg mag zijn.
Niet perfect.
Niet af.
Niet optimaal.
Maar voldoende.
Dat blijkt vaak een verrassend moeilijke vraag. Zeker voor mensen die gewend zijn hun waarde te halen uit wat zij doen voor anderen. Voor mensen die al jarenlang laten zien dat ze sterk zijn, verantwoordelijkheid nemen en blijven doorgaan wanneer het nodig is.
Toch begint daar vaak de verandering. Niet bij minder betrokken zijn of minder geven om je werk. Maar wel bij het besef dat jouw waarde niet afhangt van hoeveel je doet, hoeveel je volhoudt of hoeveel je jezelf blijft verbeteren.
Voor veel zorgprofessionals blijkt de grootste uitdaging uiteindelijk niet het harde werken zelf, maar het moment waarop zij zichzelf toestaan om te erkennen dat zij al genoeg doen.
Herken je jezelf hierin? Neem dan eens vrijblijvend contact met mij op voor een kennismaking. https://www.nathalieleenen.nl/werkgevers/contact/
