Wanneer ‘grapjes’ energie kosten
Over subtiele onveiligheid op de werkvloer
Subtiele opmerkingen op de werkvloer, zoals ‘grapjes’ over iemands uiterlijk, manier van praten of gedrag, kunnen ongemerkt leiden tot stress en gevoelens van onveiligheid. In deze blog lees je hoe kleine, terugkerende interacties impact hebben op werkgeluk, waarom medewerkers zich vaak aanpassen in plaats van uitspreken, en welke rol leidinggevenden spelen in het signaleren en bespreekbaar maken van sociale veiligheid binnen teams.
“Ach, zo bedoelen we het toch niet.”
Het is een zin die vaak luchtig wordt uitgesproken, meestal met een glimlach, waardoor het voor de buitenwereld iets onschuldigs lijkt te zijn. Toch gebeurt er op datzelfde moment vaak iets anders bij degene die het ontvangt.
Waar de één het ervaart als een grapje, kan het voor de ander ongemakkelijk of pijnlijk zijn, zeker wanneer dit soort opmerkingen vaker terugkomen en steeds in dezelfde richting gaan.
Het zijn zelden grote momenten
In mijn werk hoor ik regelmatig verhalen van zorgprofessionals die zich niet meer helemaal zichzelf voelen op hun werk. Opvallend genoeg gaat het daarbij zelden om één groot incident, maar juist om kleine, terugkerende momenten die zich in de loop van de tijd opstapelen.
Opmerkingen over een uiterlijk kenmerk, een manier van praten of grapjes die steeds net dezelfde ondertoon hebben, lijken aan de buitenkant misschien onschuldig. Tegelijkertijd gebeurt er van binnen iets anders.
Er ontstaat twijfel, vaak zonder dat iemand het direct onder woorden kan brengen. Doe ik iets verkeerd? Stel ik me aan? Moet ik hier iets van zeggen, of maak ik het dan alleen maar ongemakkelijker?
Aanpassen voelt veiliger dan uitspreken
Omdat die vragen niet eenvoudig te beantwoorden zijn, kiezen veel mensen ervoor zich aan te passen. Ze trekken zich iets meer terug, denken langer na voordat ze iets zeggen en worden voorzichtiger in hun gedrag.
Niet omdat ze dat willen, maar omdat het op dat moment de meest veilige optie lijkt.
Het gevolg is dat deze collega zich steeds vaker terugtrekt uit het team. Meelachen lukt vaak nog wel, maar op de achtergrond bouwt het ongemak zich op en dat werkt ook door buiten werktijd.
Wat dit onderwerp ingewikkeld maakt, is dat de intentie van collega’s lang niet altijd negatief is. Veel opmerkingen worden gemaakt zonder de bedoeling om te kwetsen en worden gezien als onderdeel van humor of onderlinge sfeer. Juist daardoor wordt het lastig om aan te geven dat iets niet prettig voelt.
De rol van de leidinggevende
Voor leidinggevenden ligt hier een belangrijke rol, die verder gaat dan alleen ingrijpen wanneer iets zichtbaar misgaat. Het vraagt ook om oog voor subtiele veranderingen in gedrag, zoals iemand die zich stiller opstelt, minder initiatief neemt of zich langzaam terugtrekt uit het team.
Dit soort signalen zijn niet altijd direct opvallend, maar kunnen wel veel zeggen over hoe iemand zich voelt binnen de werkomgeving.
Subtiele onveiligheid laat zich namelijk zelden duidelijk zien. Het zit vaak in kleine momenten en ogenschijnlijk onschuldige interacties, die op zichzelf misschien weinig lijken voor te stellen, maar in herhaling wel degelijk impact hebben.
Wat ik in de praktijk ook zie, is dat leidinggevenden het vaak wel opnemen voor de medewerker op het moment zelf, maar dat het daarbij blijft. Een opmerking wordt gecorrigeerd, er wordt misschien iets van gezegd, en daarna gaat het team weer verder.
Terwijl juist daar het verschil gemaakt kan worden.
Want als gedrag niet structureel wordt besproken, blijft het zich herhalen. Niet altijd bewust, maar wel met hetzelfde effect. Het vraagt van een leidinggevende om niet alleen te reageren op wat er gebeurt, maar ook om met het team het gesprek aan te gaan over wat wel en niet passend is in de omgang met elkaar.
Zodat het niet afhankelijk blijft van losse momenten, maar onderdeel wordt van hoe je met elkaar samenwerkt.
Werkgeluk zit in veiligheid
Werkgeluk zit niet alleen in de inhoud van je werk, maar vooral in hoe veilig je je voelt tussen de mensen met wie je werkt. Of je jezelf kunt zijn, of je durft te spreken en of je het gevoel hebt dat je erbij hoort zonder dat je jezelf hoeft aan te passen.
Wanneer dat gevoel ontbreekt, kost dat energie, vaak meer dan zichtbaar is. Het uit zich niet altijd direct in uitval, maar wel in stress, twijfel en langzaam afstand nemen van het werk.
Misschien is dat wel de belangrijkste vraag om af en toe bij stil te staan, juist ook binnen teams en organisaties:
Voelen mensen zich hier echt vrij om zichzelf te zijn?
Mijn naam is Nathalie Leenen. Ik help zorgprofessionals en teams om sociale veiligheid en werkgeluk bespreekbaar te maken. Neem contact met mij op om door te praten over coaching en training op de werkvloer rond preventie van stress en burnoutklachten.
