Grenzen stellen kun je leren

Begin met kleine stappen

Grenzen stellen. We weten vaak best dat het belangrijk is, maar in de praktijk blijkt het niet altijd zo eenvoudig. Zeker als je gewend bent om anderen tegemoet te komen, veel verantwoordelijkheid te dragen of vooral te kijken naar wat er allemaal nog moet gebeuren.

Toch hoeft grenzen stellen niet meteen te betekenen dat je grote veranderingen moet doorvoeren of overal ‘nee’ op moet zeggen. Je kunt het leren. En juist door klein te beginnen, wordt het steeds gemakkelijker om beter naar jezelf te luisteren en aan te geven wat je nodig hebt.

Wat heb jij nodig?

Een vraag die ik in mijn coaching regelmatig stel is: Wat heb jij nodig?

Dat klinkt eenvoudig, maar het antwoord is niet altijd direct duidelijk.

Een coachee van mij merkte bijvoorbeeld dat ze op haar werk voortdurend werd onderbroken. Ze werkte in een drukke omgeving, met telefoontjes, collega’s die binnenkwamen en gesprekken om haar heen. Aan het einde van de dag was ze uitgeput, maar ze dacht vooral: “Het is nu eenmaal druk, ik moet gewoon door.”

Toen we samen onderzochten wat zij eigenlijk nodig had om haar werk goed te kunnen doen, kwam ze zelf met een aantal antwoorden. Meer rust op haar werkplek, waar ze geconcentreerd kon werken. Maar ook meer ruimte om thuis te werken en boven dit alles had ze behoefte aan echte pauzemomenten.

Dat zijn geen enorme veranderingen. Maar het begint wel met herkennen wat je nodig hebt. Van daaruit kun je met je werkgever of teamleider bespreken wat er mogelijk is. Daarmee geef je al een grens aan, in hoe jij zelf prettig en efficiënt kunt werken.

Kijk eens bewust naar je werkdag

Een eerste kleine oefening om mee te starten: kijk gedurende een paar dagen eens bewust naar je werkdag.

Niet om alles te analyseren, maar om jezelf een paar keer per dag de vraag te stellen:

Hoe gaat het met mij? Wat heb ik nu nodig?

Misschien ontdek je dat je iedere dag je lunch achter je computer opeet. Of dat je steeds doorgaat terwijl je eigenlijk al een uur geconcentreerd aan het werk bent. Of je merkt op dat je collega’s makkelijk je kantoor binnen lopen en beginnen te praten, omdat de deur open stond, terwijl jij eigenlijk met focus ergens aan werkte.

Je hoeft daar niet direct iets aan te veranderen. Alleen al het opmerken is een eerste stap.

Plan en neem kleine pauzemomenten

Nog een voorbeeld uit mijn praktijk, waarbij ik in met mijn coachee had afgesproken om twee keer per dag vijf tot tien minuten niets te doen. Geen telefoon, geen mail, geen taak die nog snel tussendoor moest.

In de praktijk vond ze dit enorm lastig, want ze was gewend om iedere minuut te benutten.

Daarom maakten we het heel concreet: in de ochtend en in de middag een paar minuten uit de hectiek stappen. Ze moest het van mij die week in haar agenda plannen met een notificatie. Een klein rondje lopen, uit het raam kijken of rustig een kop thee drinken zonder ondertussen iets anders te doen.

Het doel was niet om haar hele werkdag anders in te richten. Het doel was om haar bewust te maken van het effect dat een korte pauze heeft op haar werkdag.

Grenzen aangeven op het werk

Grenzen worden natuurlijk pas echt zichtbaar als je ze ook gaat aangeven. Ook dat kun je klein oefenen.

Je hoeft niet meteen een uitgebreid gesprek met je leidinggevende te voeren. Begin bijvoorbeeld met een collega die vraagt of je ‘dit er nog even bij kunt doen’.

In plaats van automatisch “Ja natuurlijk doe ik dat,” te zeggen, kun je eerst even nadenken en bijvoorbeeld zeggen:

“Ik heb op dit moment nog twee dingen liggen. Als dit erbij komt, moet ik iets anders laten liggen. Wat heeft nu de meeste prioriteit?”

Je zegt daarmee niet direct keihard Nee. Je maakt zichtbaar wat er op je bord ligt en geeft de ander de mogelijkheid om mee te denken.

Of wanneer je merkt dat je behoefte hebt aan rust:

“Ik wil dit graag goed doen. Ik heb daarvoor even een moment zonder onderbrekingen nodig.”

Dat kan in het begin best onwennig voelen, misschien weet je niet hoe je collega reageert. Maar hoe vaker je het doet, hoe normaler het wordt.

Voorkom dat je terugvalt in je oude patroon

Voor mensen die na een periode van stress of uitval weer aan het werk gaan, is dit extra belangrijk.

Je bent blij dat je weer kunt werken. Misschien wil je graag laten zien dat het goed met je gaat. En voordat je het weet, zeg je weer overal ‘Ja’ op, werk je langer door en schuif je je eigen behoeften naar de achtergrond.

Juist dan kan het helpen om aan het einde van iedere week een kort reflectiemoment in te plannen.

Vraag jezelf bijvoorbeeld:

  • Waar ging mijn energie deze week naartoe?
  • Wanneer heb ik mijn grens goed aangegeven?
  • Waar zei ik toch weer Ja terwijl ik eigenlijk Nee of Niet nu bedoelde?
  • Wat heb ik volgende week nodig?

Het hoeft geen uitgebreid verslag te worden. Een paar minuten is genoeg.

Zo krijg je steeds beter zicht op je eigen patronen.

Grenzen stellen begint bij jezelf serieus nemen

Wat ik mensen vaak wil meegeven, is dat grenzen stellen niet betekent dat je minder betrokken bent. Het betekent ook niet dat je anderen in de steek laat.

Het betekent dat je rekening houdt met jezelf.

Je hoeft niet te wachten tot je helemaal leeg bent voordat je een grens aangeeft. Je hoeft ook niet eerst vast te lopen voordat je mag zeggen dat iets te veel is.

Begin klein.

Neem die vijf minuten pauze. Zeg niet automatisch Ja op elke vraag van een collega. Vraag om rust als je die nodig hebt. Geef aan wat op dit moment wel en niet lukt. En sta aan het einde van de week even stil bij hoe het met je gaat.

Iedere keer dat je dat doet, oefen je eigenlijk opnieuw om naar jezelf te luisteren.

En dat is misschien wel de belangrijkste grens van allemaal: jezelf niet steeds als laatste op je eigen lijstje zetten.

Over mij

Mijn naam is Nathalie Leenen. Ik zie grenzen stellen niet als iets wat je één keer doet en daarna kunt. Het is een proces van opmerken wat er bij jou gebeurt en vervolgens met kleine stappen oefenen. Zo kun je steeds meer de situatie creëren waarin jij prettig, rustig en gezond kunt werken.