Altijd aan: hoe zorg je als zorgmedewerker voor balans tussen werk en privé?
Zorgmedewerkers hebben een bijzonder vak, een vak waarin je er dagelijks bent voor anderen. Met aandacht, zorgzaamheid en een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Maar juist dat maakt het soms lastig om de knop om te zetten wanneer je naar huis gaat.
Veel zorgprofessionals die ik spreek, herkennen het: je lijf is thuis, maar je hoofd draait nog op volle toeren door. Even ontspannen lukt niet, je rolt zo in je volgende taak. Je zit met je hoofd nog bij een gesprek, die onverwachte wending in je dienst, of simpelweg met het gevoel dat je tekort bent geschoten. Zelfs al weet je rationeel dat je je uiterste best hebt gedaan.
Dan kom je thuis en wil je direct aan de slag: koken, een wasje draaien, de kinderen helpen met huiswerk of een vriendin bellen die je al tijden niet hebt gesproken. Je gaat door voor die ander.
De grens tussen werk en privé is in de zorg vaak dun. Zeker als je je werk met hart en ziel doet – en dat doen de meeste mensen in de zorg. Maar juist daarom is het zo belangrijk om goed voor jezelf te zorgen. Niet pas als de klachten beginnen, maar preventief. Door momenten van rust in te bouwen en bewust even af te schakelen. Ook leuke dingen kosten energie, dus zorg dat je daar ook energie voor overhoudt.
Want als jij niet oplaadt, kun je er op de lange termijn ook niet voor anderen zijn.
Drie simpele gewoontes om stressklachten voor te blijven
Het klinkt zo eenvoudig: neem wat tijd voor jezelf. Maar in de praktijk is dat vaak het eerste wat erbij inschiet. Daarom hieronder drie concrete gewoontes die je kunnen helpen om die balans weer een beetje meer terug te vinden:
1. Neem bewust een kwartier de tijd om thuis te komen
Niet meteen in de actiestand springen als je thuiskomt. Laat je jas en je werkdag letterlijk van je afglijden. Ga even zitten. Adem diep in en uit. Ga zitten met een glas water of zet een rustig muziekje op, maar ga vooral even niet van alles doen. Kies hier een gewoonte die je helpt om te schakelen. Pas daarna ‘start’ je je privéleven. Dat kleine moment maakt een groot verschil voor je hoofd. Tijdens de covidperiode gingen veel mensen die thuis werkten na hun werkdag even een stukje wandelen of fietsen. Die gewoonte kan nu ook helpen om bewust om te schakelen met ruimte voor jezelf.
2. Zet je werktelefoon uit zodra je thuiskomt
In de zorg is bereikbaarheid soms onderdeel van het werk. Maar thuis is thuis. Gun jezelf die ruimte, ook al is er de verleiding om toch nog even te kijken en dan te reageren. Want je weet heus wel: die klus ligt er morgen ook nog, en die paar uur in de avond zijn waardevol voor jouw herstel. En ja, dat mag. Sterker nog: het is nodig. Rust is niet iets wat je moet verdienen, maar wat jij nodig hebt om de beste zorg te geven aan de ander.
3. Plan bewust tijd in voor nietsdoen
Een kwartier wandelen, een tijdschrift lezen, of gewoon even zitten met een kop thee. Het hoeft niet groots of lang te zijn. Als het maar iets is wat niet ‘moet’, en waar jij even van oplaadt. Zet het desnoods letterlijk in je agenda. Dan wordt het makkelijker om dat moment ook echt te nemen.
Goed voor jezelf zorgen is geen luxe, maar noodzaak
Als jij beter in balans bent, voel je je niet alleen fijner, maar kun je ook beter omgaan met de druk van het werk. Je voorkomt dat spanning zich opbouwt en dat stressklachten ontstaan.
Je hoeft het niet allemaal alleen te doen. Soms helpt het om met iemand te praten die begrijpt hoe het is om altijd maar ‘aan’ te staan. Die je kan helpen om keuzes te maken die passen bij jou, en die helpen om duurzaam te werken en leven.
